Verhaal 3

Adam

Het is een mistige dag. Op het kantoor van Straatnieuws hebben we het over met wie ik vandaag eens mee zou lopen. Adam? Adam, ja Adam, daar weten we eigenlijk zo weinig van. Hij kan ook voor geen meter Engels. Ik besluit het er toch op te wagen. We komen er wel, met handen en voeten. Na stilletjes een zwarte bak koffie gedronken te hebben, gaan we op pad. En voor wie Adam niet kennen, hij is bekend om zijn fiets.

 

De stevige Batavus en Adam zijn een onafscheidelijk koppel. Fietsend over de Balijebrug geeft het een mooi beeld. Adam en zijn Batavus zijn vaste bezienswaardigheden aan de Vondellaan. Zijn fiets dient niet alleen als een vervoersmiddel, maar ook als een stoel. Daar, leunend tegen zijn stoel, brengt Adam de meeste dagen door.

IMG_3603.jpg

Adam komt uit Polen en is ooit naar Nederland vertrokken voor onze beroemde kassen. Na er een tijdje gewerkt te hebben, hield de firma op met bestaan en verhuisde Adam naar Straatnieuws. Inmiddels brengt hij al 10 jaar zijn dagen door aan de Vondellaan. Naast zijn krantjes klust hij zo nu en dan wat bij samen met Poolse vrienden. Één van die vrienden komt langsgefietst. Na een enthousiast en langdurig praatje, draait Adam zich weer naar mij om. “Collega”, en de woorden in een zin zijn weer op één hand te tellen.

IMG_3633.jpg

Het past wel bij Adam. Toen ik hem voor de eerste keer zag, moest ik denken aan de zee. Adam heeft de zee nog niet vaak gezien, maar hij lijkt er wel decennialang door getekend te zijn. De grote grove handen, het getekende gezicht, de krachtige en zeer aanwezige neus. Volgens mij bestaat er zelfs iets als een ‘zeemansneus’.

IMG_3612.jpg

Als een bijna absolute natuurwet, hoort iemand als Adam ook zuinig te zijn met zijn woorden. “Zou je terug willen naar Polen?”. Knikt nee. “Ben je gelukkig met dit werk?”. Knikt ja. Ondertussen verwelkomt Adam ieder die langsloopt. “Goedemiddag” bij binnenkomst. “Fijne dag” bij vertrek. Ik heb sterk het gevoel dat iedereen Adam mag. Inclusief ik. Het is een persoon die je een knuffel wilt geven zonder enkele reden. Gewoon omdat het klopt. Want Adam spreekt weinig, maar oh, wat spreekt hij veel. Niet met woorden. Met het zijn van Adam.

 

Het is pauze. Adam gaat elke pauze naar dezelfde bakker. Ik hobbel erachteraan. Bestel een kopje koffie. We zitten samen te genieten, in stilte. Altijd in stilte. Hij steekt een sigaretje op. Voor ons uit turend, wil ik graag nog één vraag stellen. “Had je het leven graag anders gewild?”. Adam kijkt me aan, kijkt voor zich uit. Hij schudt nee.

IMG_3631.jpg

Het is goed zo. Het hoeft niet spectaculair. Het hoeft niet groots, niet luid. Het mag klein, het mag stil, het mag iedere dag dezelfde stilte zijn, onderbroken door het getik van de stoplichten. Ik denk dat als ik over 10 jaar nog eens langsfiets, Adam daar nog steeds zit, met zijn fiets als stoel. Hij zal naar me kijken, en knikken.